De stichting van het kasteel te Medemblik.

Een 13e-eeuwse fortificatie.

(Revisie 13-03-2014)

Twee keer een fantasievoorstelling van koning Radboud der Friezen. Links een ingekleurde gravure uit Pier Winsemius, Chronique ofte Historische geschiedenisse van Vrieslant (1662). Rechts een deel van een schilderij dat zich het voormalig stadhuis van Medemblik bevond, van een 17e-eeuwse(?) anonieme schilder.
Rond de geschiedenis van dit kasteel bestaat, met betrekking tot de legendarische koning der Friezen: Radboud (648-719), een legende, die in de Divisiekroniek (Leiden, 1517) van Cornelis Aurelius is opgetekend. Volgens dit verhaal, had Radboud (Fries: Redbad of Redbald) zijn koninklijke domicilie in Medemblik. Latere verhalen haken hierop in, dat Floris V op de funderingen van Radboud's oude burcht, het huidige kasteel liet bouwen.
Het verhaal met betrekking tot de Radboud-legende is blijkbaar zo met de historie verweven, dat het kasteel van Medemblik in de volksmond nog altijd de naam 'Kasteel Radboud' draagt. Zelf de stad Medemblik wordt door menigeen 'Radboudveste' genoemd.

Zelfs vóór de periode van Floris V, waren er redenen genoeg voor de aanwezigheid van een versterking of versterkt huis. De Nederlandse gewesten behoorden in de 10e eeuw tot het Heilige Roomse Rijk (Later: 'Rooms-Duitse Rijk'), zodat Medemblik kennelijk koninklijk bezit is geweest. Er bestond een heffing van koninklijke tienden en er was een munt, een plaats waar geld werd geslagen. Dat er ook een tolhuis was, kan men opmaken dat de plaats Medemblik, reeds vroeg, belangrijk was voor het handelsverkeer.

Voor meer informatie over de legenden rond Radboud en Medemblik, verwijs ik naar het artikel: Legenden en mythen omtrent het Medemblikker slot.

Emperor Otto III (983-1002)
(München, Bayerische Staatsbibliothek, Clm 4453, fol.24r)
Op 25 augustus 985, schonk de Duitse koning Otto III aan graaf Dirk II van Holland (939 - ca. 988) een aantal gebieden, inclusief de opbrengsten en goederen, hetgeen hij aanvankelijk als leengoed bezat. Eén stuk land lag tussen de riviertjes de 'Medemelacha' ('Middenleek'), waaraan Medemblik zijn naam te danken heeft en de 'Chinnelosare gemarchi', een tot op heden onbekend water (mogelijk de voorloper van de veenrivier de Rekere?), dat mogelijk langs de grens van Kennemerland ('Kinheim') was gesitueerd. Daarnaast verwierf Dirk II 'pago Texla' ('Texel-Gouw'). Het huidige gebied van West-Friesland, werd destijds Westflinge ('land ten westen van het Vlie') genoemd. Aan graaf Ansfried (ca. 940-1010) schonk Otto III reeds (26 juni van hetzelfde jaar), een gedeelte van de tol, de 'munt' en de cijns te Medemblik, dat Ansfried reeds in leen had. Nadat Ansfried in 995 tot bisschop van Utrecht was gewijd, bezat de kerk daarmee alle rechten in Medemblik. (noot 1)

Een anonieme zilveren penning of denier uit de 12e eeuw. Dit is één van de 1200 munten die in 1892 zijn gevonden in de terp Avendorp te Schagen. De munt toont een kop van een bisschop. De muntjes zijn mogelijk in West-Friesland vervaardigd, daarbij is het aannemelijk dat ze in Medemblik zijn geslagen.
(Den Haag, Koninklijk Penningkabinet. Foto: Kees Jansen)
Een denier met de beeltenis van Floris V, geslagen door de munt te Medemblik. Links (voorzijde) staat: F. COMES OLLANDIE (Floris, Graaf van Holland). Rechts (keerzijde): MONE MEDENBLEC (munt van Medemblik)
(Tekening: Jantine Leeflang, 2000)

Kortom, het bezit van een 'tolhuis' en een 'munt', maakt het aannemelijk dat in de 10e eeuw een versterkt huis (fortificatie, burcht of stins) aanwezig was. Zowel de munt als het tolhuis, zullen zeker niet onbeschermd zijn geweest. Het is dan de vraag, waar al deze gebouwen hebben gestaan. Met name de plaats van een versterkt huis zou interessant zijn, omdat men daarbij natuurlijk, in de eerste plaats denkt aan een ouder kasteel, op de plaats van het huidige. Helaas heeft er nooit archeologisch onderzoek van het kasteelterrein plaatsgevonden, zodat hiervan niets aan het licht gebracht (noot 2).

Circa 130 jaar later is de kerk van Medemblik door de bisschop van Utrecht geschonken aan het kapittel van Sint Maarten te Utrecht (1118). Dit kapittel bezat in de 9e eeuw ook al een koninklijke tiend en landbezit in Medemblik en het (daarbij gelegen?) Frieswijk.

In de 13e eeuw, tijdens zijn strijd tegen de West-Friezen (Zie voor meer achtergrondinformatie, het artikel Rebellie, bloed en bakstenen), gaf de Hollandse graaf Floris V (1254-1296), het strategisch belang van Medemblik de hoogste prioriteit. Na de zijn overwinning bouwde hij zijn dwangburchten, waaronder het kasteel van Medemblik, met als doel de West-Friezen onder de duim te houden en zo zijn overwinning kracht bij te zetten.
Hofdichter en geschiedschrijver van Floris V, Melis Stoke, memoreert deze gebeurtenissen in zijn Rijmkroniek van Holland: eerst bouwde Floris V het slot te Wijdenes en daarna het kasteel in Medemblik (Stoke boek IV vs. 537 e.v.)

Vanwege mogelijke West-Friese aanvallen, zoals tijdens de bouw van het kasteel van Wijdenes, werd ter bescherming van het nieuwe bouwobject en werkvolk, door het grafelijke leger een oogje in het zeil gehouden. Men was gelegerd op Melorde, blijkbaar een strategische plaats, niet ver van Medemblik gelegen (noot 3). Desondanks deze maatregelen ondervond de bouw, in tegenstelling met de bouw van het kasteel in Wijdenes, nauwelijks hinder.

Ook zijn er ook nog drie burchten vanaf Alkmaar naar het noorden neergezet: de Middelburg, de Nieuwburg en de Nuwendoorn aan de monding van de veenrivier de Rekere.

Reconstructietekening van het kasteel te Medemblik zoals het in de 13e eeuw eruit zou hebben kunnen gezien
Reconstructietekening van het kasteel te Medemblik in de 13e eeuw. Of de noordelijke en zuidelijke toren (links) een spits hebben gehad, is nog maar de vraag. Men neemt aan dat de weermuren en woonvleugel een stuk lager waren dan tegenwoordig. De vierkante bastions zijn later tot vierkante torens herbouwd. (Tekening: Ben Dijkhuis). Meer....
Wanneer het kasteel in Medemblik is gebouwd is niet goed bekend, maar dat zal in ieder geval vóór het jaar 1290 zijn geweest. Als we de chronologie van Melis Stoke aanhouden, zou het kasteel pas gebouwd zijn na de volledige onderwerping van de West-Friezen na de overstromingen in 1287/88 (St. Luciavloed), doch het is aannemelijker dat dit niet al te lange tijd na 1282 plaatsvond. Het kasteel was gebouwd volgens een vierkant ontwerp en was daardoor destijds een ultramodern kasteel, dat aan de West-Friezen behoorlijk tegenstand kon bieden.

Er is dus een tijd geweest dat Medemblik de belangrijkste plaats in de huidige provincie Noord-Holland was, en die eer werd gedeeld met Muiden. Graaf Floris V gaf Medemblik in 1289 stadsrechten.

Na de moord op Floris V in 1296 en aangezet door de bisschop van Utrecht, Willem van Mechelen, kwam een groot deel van de bevolking van Holland in opstand, waaronder de West-Friezen.

Afbeelding van de ruiterzegel van Floris V met het wapen van het Holland: S'FLORENCII:COMITIS:HOLLANDIE:*. De betreffende zegel hangt aan een oorkonde van 13 oktober 1285.
Toen de Westfriezen na de belegering van het het Muiderslot vandaar al plunderend terugtrokken, veroverden zij onderweg het kasteel te Wijdenes en maakten het deze burcht met de grond gelijk. Hetzelfde lot trof ook het kasteel de Nuwendoorn.
Ook het kasteel in Medemblik werd bestormd, maar de aanval werd afgeslagen door het garnizoen van de graaf. Dit zou onder leiding van de slotvoogd Hugo van Assendelft (†1296) zijn gedaan, waarbij Hugo sneuvelde. De West-Friezen gaven niet op en besloten om het slot voor een langer periode te belegeren en de mensen binnen het kasteel uit te hongeren, zodat zij zo tot overgave zouden worden gedwongen. Maar onder leiding van de nieuwe slotvoogd Floris Wouterz. van Egmond (†1324), hielden de verdedigers van het kasteel stand totdat zij in 1297 werden ontzet door het grafelijke leger, onder leiding van Floris V's neef Jan van Avesnes (van Henegouwen), samen met heren van Arkel en Putten. (Stoke boek IV vers 537 en verder/boek V vers 735 en verder)
Daarna duurde het niet lang meer tot de West-Friezen definitief, na de Slag bij Vronen, nog in hetzelfde jaar, door de Hollanders waren onderworpen!

De oude rechtspraak van de Friezen (asega) werd vervangen, door die van de Hollanders. Voor lichte vergrijpen werd het gerecht van schepenen ingevoerd, ter vervanging van het Fries burengerecht. Doch de rechtspraak voor zware vergrijpen, werd de dorpen ontnomen en ondergebracht bij de baljuwschappen. Hierin speelde het kasteel van Medemblik een belangrijke rol. Door de grafelijkheid werden twee baljuwschappen in de heerlijkheid West-Friesland ingesteld. Het Oosterbaljuwschap beheerste de ambachten Houtwouder- en Drechtingerambacht, het Westerbaljuwschap de Niedorperambacht en Geestmannerambacht (noot 4). De baljuw van de Oosterbaljuwschap had zijn zetel in het kasteel van Medemblik, doch Medemblik zelf stond niet onder zijn jurisdictie, omdat deze reeds als enige stad in West-Friesland sinds 1289 stadsrechten had en daarmee zijn eigen rechtspraak. De eerste baljuw van Medemblik (1297) werd de reeds eerder genoemde Floris Wouterz. van Egmond.

Verklaring van de aanduiding van de kastelen:
E Slot Egmond a/d Hoef
M Middelburg
ME Kasteel te Medemblik ('Radboud')
N Nieuwburg
NU Huis te Nuwendoorn
T Torenburg
W Huis te Wijdenes
Eind 13e eeuw was West-Friesland bestuurlijk opgedeeld in vier 'ambachten'; resp. Drechtingerambacht (Drechterland), Houtwouderambacht (Hoogwouderambacht), Niedorperambacht en Geestmannerambacht (Geestmerambacht). Iedere ambacht was weer onderverdeeld in koggen. Een kogge was een gebied van minimaal vier dorpen, die ondermeer samenwerkten in waterbeheersing en dijkaanleg.
(Tekening: Ben Dijkhuis)


1. Van der Bergh meldt in zijn 'Handboek der Middel-Nederlandse Geographie', dat Ansfried uit zijn bezittingen van Medemblik, de inkomsten afdroeg aan de abdij van Thorn, die daarvan nog in 1292 de bevestiging verkreeg. In 1118 schonk de Utrechtse bisschop Godebald de kerk te Medemblec in West-Friesland, die tot de bischoppelijke kamer behoorde aan de broeders (kanunniken?) van St. Maarten. (Lit. 143 L.Ph.C. van den Bergh)

2. Tijdens de restauratiewerkzaamheden gedurende de 60-er jaren van de vorige eeuw, wees de Rijksgebouwendienst een verzoek hiertoe door de Rijksdienst voor Bodemonderzoek van de hand.

3. Melis Stoke noemde de plaats met de naam Melorde in zijn Rijmkroniek. Van deze lokatie, ook wel Meloerde, Meloorde, Meeloirde, is nagenoeg niets bekend. Er is hier en daar wel gespeculeerd over mogelijkheid, dat het hier om een strategische plaats gaat, dat uiteindelijk door de Zuiderzee is verzwolgen. Een andere optie, is de veronderstelling dat de Melorde een water in West-Friesland, in de buurt van Medemblik, zou zijn. Ten Have meldt (Lit. 110 J.J. ten Have) dat de vloot van Floris V te Meloorde; een rede ten noordwesten van Medemblik bleef liggen. Hij citeert hierbij uit de 'Kronijk van den clerc uten laghen landen bi der see' uit het begin van de 15e eeuw (Lit. 173 Anonymus) en is feitelijk gebaseerd op de Rijmkroniek van Stoke: "..So woude hi ymmer dat huys te Medemblic volmaect hebben ende ginc daer om met een heer leggen vp Meeloirde, tertijt tot dattet huys volmaect was.."
Exact dezelfde citaat treffen we ook aan in de reeds eerder genoemde Divisiekroniek van Cornelius Aurelius uit 1517 (19e divisie, hoofdstuk 14) (Lit. 126 K. Tilmans)

Het is niet onmogelijk dat de plaats van Melorde, door ten Have is afgeleid van een kaart Menso Alting (1710). Op deze 'reconstructie'-kaart, dat op fantasie is gebaseerd, staat de naam Meloerde genoteerd. Iets ten noord-westen van Medemblik. Nu is het wel bekend dat ten noorden van Medemblik land was, dat voor het laatst in 1335 werd buitengedijkt. Op één van de oudste kaarten van West-Friesland (ca. 1530), alsmede op een kaart van Medemblik door Jacob van Deventer (ca. 1560), staan nog een paar buitendijkse eilandjes ingetekend. (Met dank aan Bernd Ooijevaar).

Een fragment uit de gereconstrueerde kaart van Menso Alting uit 1710, waarop Meloerde staat aangegeven.
(Lit. 15 M. Hameleers, p. 48-49)
Een fragment van een kaart, getiteld 'Waeterland' uit ca. 1530
Waterlands archief
Nationaal Archief collectie Hingman inv.nr. VTH 2461
Een fragment een kaart van Jacob van Deventer (1510-1575), gedrukt door J.Smulders, Den Haag.

4. De nieuwere benamingen van deze ambachten, die voornamelijk waren ingesteld voor de waterhuishouding in het gebied, werden resp. Vier Noorder Koggen, Drechterland, Schager- en Nieuwdorper Kogge en Geestmerambacht.

Geraadpleegde literatuur en bonnen:
(Lit.1, P.S. Teeling, H. Langereis)
(Lit. 5, J.W. Groesbeek)
(Lit. 11, P. E. van Rijen)
(Lit. 12, R.P. de Graaf)
(Lit. 13, F. Diederik)
(Lit.14, H. Lambooij)
(Lit. 15 M. Hameleers)
(Lit. 19, P. Noordeloos)
(Lit. 21, W.F.G. Wiese)
(Lit. 33a, W.F.M. Brieffies)
(Lit. 43, W.G. Brill)
(Lit. 47, G. Ros-de Korte)
(Lit. 59, J. de Bruin)
(Lit. 91, West-Fries Archief/Bernd Ooijevaar 2006)
(Lit. 93 A.C.F. Koch)
(Lit. 94 B. van Beek, H. Jacobi, M. Scharloo)
(Lit. 110 J.J. ten Have)
(Lit. 126 K. Tilmans)
(Lit. 143 L.Ph.C. van den Bergh)
(Lit. 173 Anonymus)

[Naar boven]         [Kaart][Volgende][Home]
(Onderstaande link breekt aktieve frames!)
[Huidige pagina]